DE ONTDEKKING

De ontdekking

Wat ik door de aanvraag van een duplicaat Mobilisatie-Oorlogskruis en het teken van Orde en Vrede ontdekte.

Na twee jaar reikte de post me een grote envelop aan van het Ministerie van Defensie, afkomstig van het Van Heutsz bataljon in Arnhem.

 

Ik opende de envelop en trof daar het duplicaat van beide onderscheidingen in aan met tekst en uitleg over deze onderscheidingen. 

 

De reden dat ik deze had aangevraagd, was omdat ik me ooit herinnerde dat mijn vader deze onderscheidingen heeft gehad. Echter ik weet dat ik ooit in de vierde klas van de RK Basisschool ‘t Kompas te Veldhoven zat en mijn hoofdonderwijzer in de maand april, zo vóór de Dodenherdenking van 4 mei vroeg wiens ouders actieve herinneringen hadden aan de Tweede Wereldoorlog hadden.

'De oorlog in zijn hoofd'

Ik weet me nog als de dag van gisteren dat ik vertelde over ‘de oorlog in zijn hoofd’ die regelmatig zichtbaar werd door de machteloosheid van mijn vader, oud-KNIL militair die tafels en stoelen door de kamer liet vliegen. Ik sloot me dan op in de gangkast en kwam er pas uit als ‘de oorlog’ weer voorbij was. Mijn hoofdonderwijzer reageerde verbijsterd, verbood me om er nog ooit over te spreken en verklaarde me terstond voor gek.

 

Op de ouderavond kreeg mijn moeder – die toch al in een machtsstrijd met hem verwikkeld was – de wind van voren en hetzelfde verhaal te horen. Bij thuiskomst ruimde zij alle herinneringen (foto’s van zijn KNIL- tjjd, zijn militaire onderscheidingen, Indische beelden, e.d.) op, naar alle waarschijnlijkheid uit vrees als een soort van NSB-er gezien te worden.

Excessief geweld

Het was ook in die tijd dat Joop Hueting en Lou de Jong over excessief geweld spraken dat zich in De Oost voltrokken zou hebben.

Aangezien mijn vader zweeg over zijn KNIL-tijd, de Tweede Wereldoorlog in Zuid-Oost Azië, leek het erop ‘wie zwijgt, stemt toe’, maar goed de hele Indische en Molukse gemeenschap, Indische oorlogsveteranen e a. zwegen in het geheel over die tijd. Mijn moeder verborg mijn vader zoveel mogelijk voor de buitenwereld.

Hij liet dit gebeuren, leefde met zijn trauma’s en nachtmerries, maar om in balans te blijven waarschijnlijk zocht hij voortdurend zijn oude KNIL-maten op, bezocht de Pasar Malams, danste met Wieteke van Dort en Anneke Grőnloh, bezocht vele kennissen vanuit de Indische en Molukse gemeenschap en bleef bevriend met zijn kampmaatje Wim Kan. 

Over de oorlog sprak hij nauwelijks met mij, maar in alles wat hij aan contacten onderhield, werd ik meegenomen.

'Vanuit de gangkast' en meer.....

Uit vrees voor gek verklaard te worden, heb ik tot aan de coronapandemie gezwegen over mijn vader, zijn KNIL-verleden, zijn oorlog. Echter in de corona-tijd had ik zoiets van mijn hoofdonderwijzer is allang dood, mijn ouders ook… ik ga elke dag een gedicht schrijven. Zo rond 4 mei schreef ik plots vanuit het niets dat gedicht “Vanuit de gangkast”.

 

Een oud Indisch klasgenootje van diezelfde basisschool raadde me aan om de tijd van dat mijn vader in Nederlands-Indië had doorgebracht uit te werken in een dichtbundel.  Dit werd “Melati Putih, over leven”. Zij voegde aan deze dichtbundel tal van Indische kunstwerken toe.

 

Het dichten bleef maar doorgaan. Op een zeker moment schreef ik “Gordel van Smaragd” en liet deze taalkundig corrigeren door Wieteke van Dort. Ik vroeg haar, maar ook haar man of ik misschien toch gek geworden was, want ik schreef gemiddeld vijf gedichten op een dag, hetgeen niet meer wilde stoppen.  Ze verzekerden me dat dat niet het geval was, maar een goede traumaverwerking. 

 

Na deze dichtbundels werd ik eigenlijk een richting ingezogen en dat ik zelf over die ‘vergeten oorlog’ op verkenningstocht wilde gaan, omdat ik weinig of niets daarvan wist. 

Door Multatuli, mijn inspirator las ik zijn boeken “Max Havelaar” en “Minnebrieven” waarin een regeltje stond over ‘de spiegel van onze ziel’, hetgeen ik direct vertaalde in een gedicht over macht en tegenmacht.

 

Als zanger van het Leids Zeemanskoor Rumor di Mare  – waar ik zo’n 13 jaar lid van geweest was – werden er shantys, maar ook VOC-liederen gezongen. Een ervan wist ik direct om te zetten in een KNIL-lied, echter doordat ik niet geaccepteerd werd als lid in het koor, en er een machtsstrijd woedde wie welk lied kon voorzingen, strandde mijn poging om hen bewust te maken van het historische feit dat zo’n VOC-lied een glorieuze, maar ook een zwarte bladzijde had. Ik liet het daar maar bij.

'Vergeten Verbinding'

Echter Multatuli’s spiegelen van onze ziel zorgde ervoor dat ik de VOC-tijd spiegelde in de Tweede Wereldoorlog in Zuid-Oost Azië. Ik maakte mijn historische reis vanaf de VOC-tijd , WOII in Zuid-Oost,  de Onafhankelijkheidsoorlog,  de dekolonisatie tot en met hedendaagse excuses over die oorlog en het slavernijverleden. 

Eind december ’23 verscheen mijn boek “Vergeten verbinding. De Tweede Wereldoorlog in Zuid-Oost Azië”. Alle puzzelstukjes waarin zelfs mijn vader als KNIL-militair, maar ook mijn peetoom als SVD-priester die vóór WOII bevriend raakte met Soekarno in ballingschap op Ende en samen de Pancasila ontwikkelde (1938 – 1942) vielen op hun plek.

 

Tussentijds had ik Wouter Muller telefonisch nog gesproken, die mijn vader ooit had ontmoet met de vraag om de cover van zijn cd “Verleden land” te mogen gebruiken in mijn boek. Dat was géén probleem voor hem.

Omdat hij het gevoel had dat we een wereld te delen hadden, zouden we elkaar in het nieuwe jaar ontmoeten. Helaas ging dit niet meer lukken. In 2 weken tijd schreef ik “Schakels van Smaragd”, ter nagedachtenis aan Wouter Muller, die ik op de kumpulan aan zijn vrouw en kinderen aanbood.

Maar nu de ontdekking!

In de envelop van die militaire onderscheidingen zat ook zijn stamboek waarin alle zaken van zijn vertrek naar Nederlands-Indië, zijn verblijf aldaar en zijn terugkeer waren uitgeschreven. 

 

Eerst had ik het nog niet zo door, maar op een zeker moment zag ik dat mijn vader naar Nederlands-Indië vertrokken was, krijgsgevangen gemaakt was en terechtkwam in Chiangi (Singapore), vervolgens naar de Birma-Siam Spoorweg op transport ging en daar de verschrikkingen heeft doorgemaakt, maar na zijn buitengewoon verlof in Nederland wéér teruggekeerd is in de periode 1946-1949, daar hij vermoedelijk een rotsvaste overtuiging had de Japanners te moeten bestrijden, niet wetend dat de overheid hem een oorlog (= Onafhankelijkheidsoorlog) instuurde die niet te winnen viel (Rutte’s excuses in 2022 tijdens de Dodenherdenking in Roermond); hij ging er wederom voor ‘orde, recht en veiligheid’, maar raakte zeer gedesillusioneerd en getraumatiseerd toen “Indië Verloren” was, en hij bij terugkeer uit het KNIL ontslagen werd, zijn backpay-salaris onthouden werd, zich Ongewenst Nederlander en niet erkend voelde.

 

Wanneer ik nu zijn stamboekgegevens doorloop bemerk ik, dat onze overheid hem maar vele lotgenoten, de tweede en derde generatie ‘gevangen houdt in die oorlog’, waardoor zij nimmermeer uit vrije wil voor vrijheid kunnen kiezen.

De vork aan de steel

Het enige wat ons rest, is door verhalen, ontmoetingen, e.d. deze ‘vergeten oorlog’ levend houden. Voor mij, maar ook uit respect voor mijn vader heb ik deze oorlog eens doorgrond, me bewust geworden van dat ik niet gek ben en door “Vergeten verbinding’ bewust worden van hoe de vork aan de steel zit.